![]()
![]()
Roelof Sleyster
Zutphen 25-12-1815 --- Alto 8-8-1882
Citaten
uit verschillende bronnen over zijn emigratie
naar Alto/Waupun/Wisconsin/USA (vert hws)
![]()
|
---- 1846 ---- Henry S. Lucas: "Memoires en
brieven van Hollandse immigranten": Juni 1846. In Rotterdam gingen we aan boord van het zeilschip "De Hollander". Er waren 100 passagiers aan boord, van wie de helft Hollanders waren, de anderen Duitsers. Het doel van de zeven Hollandse families was om Milwaukee te bereiken. Na 40 dagen op de Atlantische Oceaan landden we in Boston. Vreemden in een vreemd land. We verstonden niemand en niemand verstond ons. Ik kon een beetje Duits spreken, evenals Roelof Sleijster, één van onze medepassagiers. Wel, zo goed als we konden maakten we een afspraak met een Duitse agent om ons naar Milwaukee te krijgen. Door onze onervarenheid wisten we niets van de route die we moesten reizen. In Boston werden we in de wagons van een goederentrein gezet, die ons langzaam naar Albany bracht. Daar aangekomen moesten we een dag wachten en stopten we bij een Duits hotel, terwijl daar ds. Isaäc N. Wyckoff voorbijging. Hij hoorde ons Hollands spreken, stopte en nam enkelen van ons mee naar zijn huis. Daar gaf Sleijster die in Arnhem theologisch student was geweest Dr. Wyckoff een brief van ds. A.C. van Raalte en ds. A. Brummelkamp, die gericht was "Aan de Geloovigen in de Vereenigde Staten van NoordAmerika". Door dit middel werden de Hollanders bekend met de Reformed Church in Amerika. In Albany namen we een immigrantenkanaalboot. De paarden gingen bijna altijd in een wandelgang. Ik wandelde een groot deel van de dag naast de boot... Na een week op de kanaalboot te zijn geweest, bereikten we Buffalo. Vandaar kwamen we, als passagiers van een stoomboot, in Milwaukee achter in juli 1846.
---- 1846 - 1847 ---- Sleijster nam een leidende positie in. Na een voorspoedige reis met de "Hollander" kwam men te Boston aan en reisde via Albany en Buffalo door naar Milwaukee. Sleijster kocht land te Waupun in de staat Wisconsin. In het voorjaar van 1847 trok hij op verkenning uit naar de kolonie van Van Raalte in Michigan. Het viel hem daar tegen en dat schreef hij ook direct aan ds. Scholte, die toen besloot naar Iowa te gaan.
Jacob van Hinte: "Nederlanders in Amerika"/1928/blz 151: De trek naar Wisconsin en Illinois. Eén van de eerste briefschrijvers, A. Hollerdijk, kocht 60 acres [1 acre=4000m2, dus totaal 24 ha] voornamelijk grasland, inclusief wat bosgrond nabij Milwaukee. In mei 1845 vestigden zich verscheidene families uit de Achterhoek in de omgeving. Sleyster en Brusse, Van Raalte's adviseurs, kwamen [in 1846] eveneens naar Wisconsin en zij vonden tien Hollandse families in Milwaukee, maar Sleyster zelf trok verder landinwaarts. Na eerst Amerikaans burger te zijn geworden, claimde hij 160 acres [64 ha] land nabij Waupun in Fond du Lac County, 86 mijl ten noordwesten van Milwaukee (zie ook de volledige kaart in pdf-formaat).
---- 1845 - 1848 ---- Elton J. Bruins: "The
Dutch-immigrant congregations of Alto, Wisconsin, 1845-1900." Albertus Meenk, een Gelderlander uit Winterswijk, was de eerste Hollandse immigrant die in Alto aankwam. Toen hij naar Amerika kwam in 1845, had hij op de reis van het gebied gehoord van iemand die hij ontmoet had. Hij koos om niet in Milwaukee te blijven, waar verscheidene Hollandse families zich reeds hadden gevestigd, maar hij ging verder naar Alto. In 1846 kwamen 10 families naar het gebied en vestigden zich nabij Meenk: Ter Beest, Loomans, Rensink, Vanden Bosch, Sleijster, Rikkers, Niewenhuis, Hoftiezer, Boland, en Hollendyke. In 1847 kwamen meer families aan: Bruins, Boom, Veenhuis, De Groot, Veernhout, Van Eck, en Walhuizens. Twee broers, Jan en Hendrik Straks, waren ook in 1846 aangekomen. Bijna al deze Gelderlandse families kwamen uit Winterswijk, Aalten of Dinxperloo. Meenk had ongetwijfeld teruggeschreven aan zijn familie en vrienden, daarbij emigratie aanmoedigend van veel families die hij kende. Een groter aanmoediging kwam van Roelof Sleijster, die in 1846 was aangekomen. Hij was een student geweest, die zich voorbereidde op de dienst in de afgescheiden kerk van Antonie Brummelkamp in Arnhem, toen hij besloot om de grote emigratie naar Amerika te vergezellen. Op 26 augustus 1846 schreef hij aan zijn leermeester ds. Brummelkamp en prees het Alto-gebied als de plaats om te vestigen. Brummelkamp besloot om de brief te publiceren, samen met andere, inclusief één van Van Raalte, in een pamflet getiteld "Stemmen uit Noord-Amerika met begeleidend woord van A. Brummelkamp." Brummelkamp bevorderde de emigratie van veel afgescheidenen naar Amerika, en voor Brummelkamp was het duidelijk in deze brieven, dat de trek naar Amerika de zegen van God had. Brummelkamp had dit van Sleijster te zeggen: Deze broeder schreef ons vele brieven, van daar [Milwaukee] en van Boston en van andere stopplaatsen op zijn reis, betrekkelijk regelmatig één per elke drie weken, en we hebben niet bemerkt dat een van zijn brieven verloren is gegaan. Hij zendt ons veel belangrijke boodschappen. Ofschoon het ons pijn doet dat hij niet voorspoedig kon zijn in zijn studies, in het bijzonder daar wij hem heel graag hadden willen behouden als een prediker van het evangelie in het vaderland, in het belang van hen die moesten emigreren naar Amerika zullen zijn vooruitreizen en zijn verblijf daar en zijn activiteiten en onderzoekingen grote waarde hebben. De Heer zij met hem en zegene hem verder in dit belangrijke werk, voor het goede van veel zuchten, bezorgd zijn en beschroomd hart. Als het Gods wil is, zal hij in staat zijn daar een prediker van het evangelie te worden. In zijn brief aan Brummelkamp had Sleijster ook geschreven om zijn toestemming om te prediken. (Er is geen bewijs dat Sleyster predikte. Hij was boer in het Alto-gebied. Hij diende als lid van de Wisconsin State Assembly in 1870.) In de korte tijd dat Sleijster in Alto was, vond hij het volkomen naar zijn zin.
Hij verwierf 80 acres en claimde nog eens 160
acres. Hij bouwde een huis voor zijn gezin en hij was in staat extra geld te verdienen met
timmerwerk, schilderen en stukadoren. Geld was beperkt in omloop, zodat hij loon verdiende om de
basismiddelen van bestaan te kopen en te voorzien in een thuis voor zijn gezin. Hij had een
plaats gekozen voor zijn huis nabij een riviertje met fris water, maar hij kon het riviertje
alleen zien vanaf een heuvel omdat het prairiegras zo hoog en overvloedig was. Hij rapporteerde:
"het gebied is vruchtbaar, met zware kleigrond, met niet veel hout, maar het is voldoende
om te bouwen en voor brandstof. Het land is veel gemakkelijker te cultiveren dan in andere
gebieden". Hij hield ook van het ongestructureerde en vrije leven in Amerika. |
|
|
|
Sleijster was een sterke pleitbezorger voor migratie naar het Alto-gebied. De eerste families die zich in Alto vestigden, organiseerden onmiddellijk het gemeenteleven. David E. Van Eck zette zijn huis open voor diensten tot een houten kerk gebouwd was op zijn landgoed in 1847 ... Er is geen aanwijzing dat Roelof Sleijster de diensten leidde, maar daar hij de zegen van Brummelkamp had om te prediken, is het wel zeker dat hij wat herderlijk leiderschap gaf aan de gemeente van Alto. G. ter Beest, M. Duven en Cornelis Veernhout verzorgden het catechetisch onderwijs. De nieuwe gemeente was verheugd dat Gerrit Baay de roep aanvaardde om haar dienaar te zijn. Baay, een student en volgeling van Hendrik P. Scholte, kwam met zijn gezin in Alto in juni 1848. Noot van Bruins: Ofschoon Sleijster een vooraanstaand persoon was in de Alto-gemeenschap, is er geen informatie over zijn leven in Wisconsin. De familienaam is uitgestorven. De Sleijster-farm stond ongeveer anderhalve mijl ten westen van Alto-dorp. Noot van Lucas ("Nederlanders in Amerika", p 167): Sleijster bezocht de Van Raalte-nederzetting in Michigan maar werd zo ontmoedigd door de bossen en moerassen in het Zwarte Riviergebied, dat hij besloot naar Wisconsin terug te keren.
---- 1846-1870 ---- Ds. John H. Karsten/1897/over Alto: ... mannen als Van Raalte en Scholte dienden als sterren om de mensen die moesten volgen te leiden. Het is zeker dat religieuze visies iets te doen hadden met het bepalen van hun keuze... In Wisconsin vestigden de Hollanders zich niet op dezelfde manier als in Michigan of Iowa. De pioniers hadden geen leiders. Individualisme karakteriseerde de beweging... Een aantal Hollanders bekleedde hoge en invloedrijke posities in de Staat.... De volgende hebben posities van openbaar vertrouwen bekleed... ...Roelof Sleyster, lid van de Assembly, 1870 ... Alto, liggend in een gemeente van dezelfde naam in de zuidwesthoek van Fond du Lac County, 6 mijl ten westen van Waupun, 68 mijl van Milwaukee, aan de Chigaco-Milwaukee-St.Paul-Railroad, werd gesticht in 1846 door Hollanders, voornamelijk uit de provincie Gelderland. De eerste Hollandse pioniers van Alto waren Albert Meenk en Nelson Hollerdyk, die aankwamen in 1845. Het land rondom Alto bestaat meestal uit openingen in de bossen in het oostelijk deel van de nederzetting, maar het westelijk deel is een vruchtbare prairie die veel opbrengst geeft. Zonder veel bekendheid met de bodem van de Staat, stuntelden de Hollandse pioniers op goed geluk op deze prachtige plaats. Eerst lag Alto, voor de spoorlijn kwam, uitzonderlijk geïsoleerd. Maar hun kerkelijke relaties redden de kolonisten van een knellende isolatie. Zij vormden al vroeg een gemeente van de Reformed Church in Amerika onder het leiderschap van ds. Gerrit Baay uit Apeldoorn. Zijn kleine blokhut diende hem en zijn gezin als verblijfplaats en de Hollandse gemeenschap als huis van aanbidding, en als school. Het was in díe blokhut dat het religieuze leven van de kolonisten haar eerste richting ontving. Eerste invloeden sterven nooit. Alto voelt nog steeds de effecten van die goddelijke en toegewijde man, die slechts te spoedig werd weggenomen van de aarde in de hemel. Hij arbeidde slechts anderhalf jaar onder zijn volgelingen in Alto. Wij geloven dat dit vaste standpunt voor onderwijs en noodzakelijke godsvrucht deze gemeenschap redde van wurgend materialisme. De Reformd Church is altijd de grootste kerkorganisatie geweest, ofschoon in de loop van de tijd een Hollandse Presbyteriaanse en een Christian Reformd Church ontstonden.... De gehele gemeenschap van Alto is op een paar uitzonderingen na gevestigd door Hollanders. Een aantal Hollandse families hebben zich gevestigd in de stadjes Waupun en Metomen. Openbare religieuze diensten worden alle gevonden in de Hollandse taal, ofschoon de mensen volkomen geamerikaniseerd zijn in alles, behalve in het gebruik van het Engels. De jongere generatie echter spreekt Engels in het dagelijkse leven.
---- 1881 ---- 20-1-1881 Uittreksel uit het testament van Roelof Sleyster van de stad Alto: Ten eerste ... aan mijn vrouw Johanna H. Sleyster al mijn persoonlijke bezittingen en ... Ten tweede ... aan dochter Mary E. Ramaken, vrouw van G. Ramaken, aan mijn zoon W.W. Sleyster, aan mijn dochter Johanna H. Stelsel, vrouw van G.S. Stelsel, aan mijn zoon Avon L. Sleyster, aan mijn zoon Ralph H. Sleyster, aan mijn dochter Coba R. Sleyster, aan mijn zoon Henry J. Sleyster, aan mijn dochter Evie H. Sleyster, aan mijn zoon Benjamin U. Sleyster gelijkelijk te verdelen tussen hen en hun erfgenamen... |
![]()